Wist u dat..?! Vele interessante wetenschappelijke feiten die u zullen verbazen!

Home Archief Op uw Site Contact Zoeken  

Categorie

Astronomie
Biologie
Diversen
Geografie
Geschiedenis
Geschiedenis - Oudheid
Natuurkunde
Sport
Taal en Etymologie
 

 

Aanbevolen

Adverteer u hier!

Meisjes
Afspelen Video



 

<< Vorig weetje

Volgend weetje >>




Wist u dat...?!

Het Oedipus complex vernoemd is naar de mythologische figuur Oedipus die zijn vader vermoordde en met zijn moeder trouwde?

De Mythe
Het verhaal begint in Thebe, de stad die Cadmus gesticht had. De stad werd nu geregeerd door koning Laius. Laius en zijn vrouw Iocaste bleven lang kinderloos. Tenslotte besloot Laius het Delphische orakel om raad te vragen. Het Delphische orakel beloofde Laius een zoon, "Maar gij moet weten, " voegde het orakel toe, "dat het u is beschoren door de hand van uw eigen kind het leven te verliezen." Dit was de vervulling van de vloek, die een koning op de Peloponnesus had uitgesproken, toen Laius in zijn jeugd diens zoon had ontvoerd.
Niet lang daarna kregen Iocaste en Laius een kind, het was een zoon. Bang als ze waren voor hetgeen het orakel gesproken had, lieten zij het jongetje met doorgesneden pezen en vastgebonden voeten in het woeste gebergte te vondeling leggen.
De herder die dit moest doen kon het echter niet over zijn hart verkrijgen en hij gaf het aan een bevriende herder aan de grens, die de kudden van Polybus, de konging van Korinthe, weidde. Laius en Iocaste waren gerustgesteld, in de veronderstelling dat het jongetje om zou komen in het gebergte.
De herder van koning Polybus nam het kindje mee naar zijn vrouw. Zij maakte de voetjes van het kind los en verzorgde de doorgesneden pezen. In verband met zijn verwondingen noemden zij hem Oedipus, wat "de gezwollen voet" betekent. Omdat ze te arm waren om zelf het kind groot te brengen, bracht de herder het naar het koninklijke hof. Polybus en Merope waren kinderloos en namen het kind aan en voedden het op als ware het hun eigen kind. Oedipus ging door voor de rechtmatige zoon en erfgenaam van het koningspaar en groeide zelf ook in het geloof hieraan op. 

Oedipus wist dus zelf niet dat hij niet het kind was van Polybus en Merope. Dit duurde totdat hij eens tijdens een feestmaal iemand hoorde zeggen die nogal beschonken was, dat hij niet de echte zoon was van Polybus. 
Oedipus hield de man voor dronken en probeerde er niet teveel aandacht aan te besteden. 
Het kon hem echter niet loslaten en hij stapte naar zijn pleegouders om te vragen hoe het zat. Polybus en Merope schroken van zijn vraag en wilden hem niet de volle waarheid zeggen om hem niet kwijt te raken. Oedipus kon dit niet geruststellen en hij ging zonder afscheid te nemen naar Delphi om het orakel te raadplegen. Phoebus Apollo gaf hem geen antwoord op zijn vraag, maar zei het volgende: "Gij zult de moordenaar van uw vader worden, gij zult uw lichamelijke moeder huwen en verfoeilijke nakomelingen hebben."
Oedipus was erg ontzet en vol angst. Hij wilde zijn vreselijke noodlot ontlopen. Daarom zou hij nooit meer terugkeren naar het ouderlijke koningshof in Korinthe. Omdat het orakel de vraag naar zijn afkomst niet beantwoord had, was Oedipus in de veronderstelling dat Polybus en Merope zijn echte ouders waren. 
Hij ging op weg naar Boeotië. Toen hij nog niet ver onderweg was kwam hij een reiswagen tegen. De bestuurder dwong hem minachtend aan de kant te gaan. Oedipus, opgewonden en driftig door de vreselijke orakelspreuk, gaf de man een duw. Toen sloeg de voorname grijsaard, die met zijn koetsier en twee bedienden in de wagen zat, hem met zijn wandelstaf.
Dit deed Oedipus zijn zelfbeheersing verliezen. Voor de eerste keer gebruikte hij de reusachtige kracht die de goden hem hadden verleend. Hij sloeg de oude man achterover van de wagenbank. Zijn drie begeleiders vielen Oedipus aan. Maar één wist te ontkomen.
Oedipus vervolgde gewoon zijn weg en door de orakelspreuk was hij het voorval al snel vergeten. Hij had geen enkel vermoeden dat deze grijsaard die geen enkel teken had gedragen wat er blijk van gaf dat hij van koninklijke bloede was, koning Laius van Thebe was! Zo was de voorzegging van het orakel, die Oedipus getracht had te ontlopen, reeds ten dele in vervulling gegaan. 

Thebe
In die tijd werd Thebe geteisterd door een verschrikkelijk monster. Het was de gevleugelde sfinx. Op een rots voor de stadspoort zat zij en maakte het de mensen lastig met allerlei raadsels die zij van de Muzen geleerd had. Wie de oplossing op zo'n raadsel niet wist, werd door de sfinx verscheurd.
Hier kwam ook nog eens bij dat de koning van de stad door onbekende daders was vermoord. Iocaste bezette nu met haar broer Creon de koningstroon van Thebe. Toen ook Creons zoon door de sfinx vermoord werd, liet hij bekend maken dat degene die de stad van de sfinx zou verlossen, koning van de stad zou worden en Iocaste als vrouw zou krijgen.
Juist in die tijd trok Oedipus de stad in. Omdat hij door het bericht van het orakel diep ongelukkig was en weinig waarde hechtte aan zijn leven, ging het zich met de sfinx meten. De sfinx gaf hem het volgende raadsel: "'s Morgens gaat het op vier voeten, 's middags op twee, 's avonds op drie; maar juist wanneer het zich op de meeste voeten voortbeweegt, zijn zijn ledematen het minst krachtig en behendig."
Oedipus vond de oplossing zonder veel moeite.
"Het raadsel beduidt de mens, die zich in de morgen van zijn leven, in zijn eerste kindsheid, op handen en voeten beweegt. In de levenstijd, waarin zijn krachten sterk zijn geworden, gaat hij alléén op zijn voeten, terwijl de grijsaard aan de avond van zijn leven een derde voet, zijn staf, als steun nodig heeft."
De sfinx besefte dat zij overwonnen was en stortte zich van de rots in de steile afgrond. Oedipus werd geprezen door de burgers als hun redder en Iocaste schonk hem de stad en haar hand als beloning.

Lang leefden Iocaste en Oedipus gelukkig samen. Zij kregen vier kinderen. De broers Eteocles en Polyneices waren een tweeling, daarna kregen ze twee dochters, Antigone en Ismene.
Niemand vermoedde het gruwelijke geheim. Oedipus bestuurde de Thebaanse staat met wijsheid en kracht, en was zeer geliefd bij zijn onderdanen vanwege zijn mildheid en rechtvaardigheid.
Toen werd het vreedzame leven in Thebe verstoord door een verschrikkelijk onheil. De pest woedde onder het volk. 
Alle pogingen van artsen en priesters om de pest met hun middelen te overwinnen bleven tevergeefs. Alle hoop was op Oedipus gevestigd, die de stad immers al eerder van een verschrikkelijk onheil verlost had.
Oedipus had zijn zwager Creon naar het orakel van Delphi gestuurd om Apollo naar de oorzaak van dit onheil te vragen. Terwijl Oedipus juist het volk aan het toespreken was keerde Creon terug met het antwoord van het orakel. Ten overstaande van het hele volk bracht hij het antwoord over: "Wilt gij het land van de goddelijke straf bevrijden "want het is inderdaad een straf, die ons terneer slaat " dan moet gij zonder verwijl de goddeloze misdadiger die in ons midden verblijft uit het land jagen, nog steeds is de dood van koning Laius ongewroken."
Oedipus vermoedde nog altijd niets, ook niet toen hij geïnformeerd werd over de dood van Laius. Hij verzekerde de mensen dat de moordenaar gevonden zou worden. 

Onthulling van het geheim
In Thebe leefde ook de blinde Tiresias. Deze bezat de goddelijke zienersgave en men achtte zijn voorzeggingen haast even hoog als die van het Delphisch orakel. Tiresias verscheen bij Oedipus en Oedipus verzocht hem om het volk te helpen met zijn zienerskunst. De ziener wilde echter niets zeggen, na herhaaldelijk aandringen van Oedipus dreigde Oedipus hem zelfs te beschuldigen van de moord als hij niets zou zeggen. Toen ging Tiresias overstag en zei: "Gijzelf zijt de onverlaat die koning Laius vermoordde! Gij zelf zijt de goddeloze die tegen de ganse menselijke zedenwet hebt misdaan!"
Nog steeds had Oedipus het nog niet door en ook Iocaste was met blindheid bevangen. Woedend riep zij uit dat dergelijke voorspellingen en uitspraken van zieners en orakels niet waar zijn. En zij gaf het voorbeeld van haar man. Ze vertelde over hetgeen het orakel verteld had, en dat dit niet uitgekomen was aangezien haar man was gestorven door de hand van een stel onbekenden. Ook vertelde zij hetgeen ze met Oedipus gedaan hadden als kind. Honend had zij dit alles gezegd, maar Oedipus werd door onsteltenis bevangen. Hij vroeg haar om haar man te omschrijven. Iocaste begreep zijn ontsteltenis niet. "Vaak heb ik gedacht dat ge zelf op hem leek in grootte en houding", zei ze, "zijn haar was wit, want hij had de bloei van zijn mannelijke jaren achter de rug."
Oedipus stond als de donder getroffen. "O eeuwig is de wijsheid der goden!" riep hij vol ontzetting uit. Nu was de gruwelijkheid hem duidelijk. De enige overlevende van de dienaren die destijds bij de moord op Laius was, werd door Oedipus bij hem geroepen. Maar nog voor deze bij het hof aankwam, verscheen er een boodschaper uit Korinthe die hem het bericht bracht dat zijn vader Polybus was overleden, en dat hij als erfgenaam zijn troon mocht opvolgen. 
Iocaste, wiens geest nog steeds verblind was, sprak honend: "Dat moest dus de vervulling zijn van uw voorspelling, o goden! Nu hoort hij het, dat de vader, die Oedipus had moeten ombrengen, door ouderdomszwakte vreedzaam op zijn leger gestorven is!"
Maar de laatste twijfel aan de vervulling van de vreselijke voorspellingen werd al snel weggenomen toen de dienaar bij het hof aankwam. Hij verklaarde dat de Oedipus inderdaad degene was die Laius had gedood. Ook bekende hij dat hijzelfe degene was die destijds de opdracht had gekregen om het pasgeboren kind achter te laten in de bergen, maar dit niet gedaan had. 

Met een onmenselijke schreeuw ging Oedipus ervan door. Hij was door waanzin bevangen. Met het blanke zwaard in de hand raasde hij door het palijs om de vrouw die zijn moeder zowel als zijn echtgenote geweest was, te doden. In dolle woede brak hij het afgesloten slaapkamervertrek open en daar vond hij de ongelukkige opgehangen; ze had de hand aan zichzelf geslagen. Lang staarde de door de goden zo zwaar getroffen man naar de dode. Toen trok hij plotseling de gouden gespen uit het koninklijke gewaad, vervloekte met gruwelijke woorden zijn ogen die zoveel wandaden hadden moeten aanschouwen, en boorde de gouden naalden in zijn ogen. Oedipus was gebroken en besloot in ballingschap te gaan. Antigone koos ervoor om haar vader te volgen in de ballingschap. Nog eenmaal ging hij naar het orakel van Delphi om deze te raadplegen wat hij moest doen. De spreuk was dit keer mild en liet niets over van de last van de vervloeking die het leven van Oedipus tot nu toe had bestuurd. De Olympische goden hadden ingezien dat de rampzalige buiten zijn schuld de heiligste wetten van de mensheid had overschreden. Zo bevatte de straf die zij hem moesten opleggen, toch het vooruitzicht dat hij eens van alle schuldenlast bevrijd zou zijn. "Wanneer gij in het voor u bestemde land zult gekomen zijn, zult gij bij de Eumeniden een toevluchtsoord en eeuwige rust vinden." Getroost door deze woorden ging hij met Antigone op weg, want de god had de wraakgodinnen 'Eumeniden', de 'welwillenden', genoemd. Zo trok hij door de landschappen van Griekenland, want hij wist niet waar hij de Eumeniden moest vinden. Na veel omzwervingen kwam hij in de buurt van Athene, waar hij in een schaduwrijk bos even wilde rusten. Het bleek hier om het bos gewijd aan de Eumeniden te gaan, en hij was dus aan het einde van zijn levensreis gekomen. Volgens oude overleveringen was er in dit bos een opening in de grond welke een toegang is tot de onderwereld. Oedipus reinigde zich in de bron der Eumeniden, trok schone offerkleding aan en nam toen afscheid van zijn dochter. Hier kon Oedipus afdalen naar de onderwereld en vredig rusten in Elysium.

Bron: Wolters' Woordenboek Nederlands, Koenen
Schwab, G.; Het Spectrum (2002),Griekse Mythen & Sagen, Utrecht.

Privacybeleid